Vrijdag 15 december 2017

Expo wielercultuur

Geschreven door Jos Sypré op 03-03-2017

Beste wielerliefhebbers,

 

Toen ik vorige zomer door Carlos Croene aangesproken werd over de plannen om een tentoonstelling over wielercultuur in te richten heeft het onmiddellijk m’n  interesse geprikkeld en me tot denken en actie aangezet.

 

Een tentoonstelling over de Beernemse wielercultuur kan niet zonder sportief luik.

Vandaar dat ik heel fier de eerste ‘start van het Beernemse wielerseizoen’ kan aankondigen.

Het gemeentebestuur organiseert op zondag 26 maart, als afsluiter van de wielertentoonstelling een recreatieve rit voor wielertoeristen met start en aankomst op de Markt van Oedelem.

Niet enkel de Beernemse wielerverenigingen, maar iedereen die gebeten is door de wielermicrobe kan deelnemen aan een rit van 45km of 75km.

Fantastisch dat alle wielerverenigingen al present tekenen.

Bij aankomst kan ieder in wielertenue, bezweet en met een drankje in de hand de tentoonstelling bezoeken en zich coureur tussen de coureurs voelen.

Dank alvast aan Forza 8330 en WTC St.-Joris, alsook aan Trisport Pharma voor de ondersteuning die we kunnen genieten.

 

Beste genodigden,

 

Weten jullie wanneer sport cultuur wordt?

De wielrenners zelf zorgen ervoor dat sport cultuur wordt.

Na hun carrière laten ze een liedje over zichzelf schrijven of schrijven ze boeken en laten ze hun heldhaftigheden vereeuwigen voor het nageslacht.

Veronique Coene schreef er één over haar grootvader Roger De Cock.

Vijfvoudig wereldkampioen cyclocross Bertje Vermeire vroeg me om het voorwoord in z’n boek ‘Kampioen van het Volk’ te schrijven.

Ik had het over Bertje Vermeire als bondscoach fietsend op zijn kanaaloever tussen de jachthaven en de misieriebocht, samen met z’n trainingsmakkers van toen waaronder toppers zoals Ivan Misselis, Eric De Bruyne, Roland Liboton, Erik De Vlaeminck, Johan Museeuw, Albert Vandamme en vele anderen.

Bertje loodste hen bovendijks op de licht glooiende fietsroute om zich dan plots in volle vaart met het mes tussen de tanden naar het kanaal te storten.

Net voor het plots opdoemend water sloeg hij met een lendenslag z’n crossfiets terug op het talud, om vervolgens enkele meters verder hetzelfde scenario te herhalen…met in z’n zog de kampioenen van toen en morgen.

De kunst van het fietsen, die niet alleen Bertje Vermeire, maar ieder van jullie onder de knie hebben, de 120 renners die enthousiast meewerkten aan deze expositie, van Gustje Schelstraete in de jaren 1910 tot Bengt Van Parys in 2016.

Beste vrienden,

 

Sport is gewoon cultuur, alleen al omdat het de mensen bijeen krijgt.

Eén van oudste gemeentelijke subsidies is precies de ondersteuning van wielerwedstrijden.

De gemeente Beernem komt nog steeds tussen in 30% van het prijzengeld van koersen, precies omdat het volk bijeen krijgt, omdat het leven in het dorp brengt.

Het zou ons te ver leiden om van alle renners die deel uitmaken van deze tentoonstelling iets te zeggen. Iedere affiche, iedere fiets, trofee, of wielerattribuut heeft een eigen verhaal.

Bij één van de Beernemse hoofdrolspelers van toen wil ik wel eens stil staan.

Hij prijkt op de flyer van de tentoonstelling.

Vorige week werd ik getipt dat het Lucien D’Hooghe uit de Steenoven is.

Vroeger woonde hij in Zeldonk. Op de foto won hij overtuigend de zaterdagkermis-rit van 1954 in St.-Joris. Hij won heel veel, waaronder de Ster van West-Vlaanderen en op latere leeftijd werd hij nog Belgisch kampioen bij de veteranen.

 

Toen ik hem woensdag opzocht sprak hij nog steeds met het vuur in z’n ogen.

Hij vertelde dat z’n nadeel was dat hij niet zo goed kon spurten en dat hij dan maar telkens alleen met minuten voorsprong aankwam, zoals de foto ook aangeeft.

Op 14 jarige leeftijd is hij beginnen koersen toen hij in de sigarenfabriek van Knesselare werkte. Samen met de andere arbeiders deden ze wedstrijdjes van Knesselare tot St.-Joris en terug.

Aanvankelijk kon hij z’n makkers niet volgen, mettertijd reed hij ze los uit het wiel.

De verplaatsingen naar de koers deed hij niet met een toerbus of camper.

De opwarming begon al fietsend van thuis uit.

Na de wedstrijd waren er geen Haribo-snoepjes zoals Sagan ze wel lust, maar wel water en als je won een pintje bier.

Ook Beernem heeft duidelijk z’n Flandriens.

Lucien vertrouwde me gisteren ook toe dat er toen hij koerste nog niet echt huldigingen waren in het gemeentehuis, zoals wij nu de kampioenenvieringen en de uitreiking van de Gouden Beren hebben.

Lucien, we gaan dat jaren na tijd rechtzetten.

Ik overhandig je dan ook graag en eigenlijk symbolisch voor iedereen hier de medaille van Beernems sportkampioen.

 

Jos Sypré – Schepen bevoegd voor Sport