Woensdag 18 oktober 2017

Opening expo wielercultuur

Geschreven door Gijs Degrande op 03-03-2017

Goeieavond dames en heren,

Geachte genodigden in al uw titels en hoedanigheden,

Beste leden van de werkgroep wielercultuur,

Beste wielervrienden,

 

Zondagmiddag 28 augustus 1988. Ik zit als zevenjarige in de woonkamer bij mijn pepe en meme. De TV staat op. Een gespannen stilte wordt plots doorbroken door een vlammende “godverdomme, ’t is nie woar é”. Claude Criquielion staat op het punt om in Ronse opnieuw wereldkampioen op de weg te worden maar komt in een ongelukkige en later veelbesproken eindspurt met Steve Bauer ten val. Bijna dertig jaar later kan ik me het ongeloof en de commotie in die woonkamer nog altijd voor de geest halen.

Zondagmiddag 4 april 1993. Een andere woonkamer, een andere grootvader, hier op de Markt in Oedelem, nummer 19. Buiten staat de kermis volle bak te draaien, maar wij zitten binnen met de ganse familie gekluisterd voor het scherm. Ja, ja, ja, hij doet het. Johan Museeuw wint zijn eerste Ronde van Vlaanderen. Een gevoel van euforie, gedeelde trots, blijdschap vervult de kamer. Heerlijk.

Greg Lemont wint de Tour in 1989 met acht seconden van Laurent Fignon, in 2005 behaalt Iljo Keisse in Gent zijn eerste zesdaagse binnen aan de zijde van Matthew Gilmore, Sven Vanthourenhout wordt wereldkampioen veldrijden bij de beloften in 2001 in Tabor en had dat onder ons gezegd in 2006 in Zeddam bij de elite ook moeten worden. Het zijn stuk voor stuk memorabele koersmomenten die in mijn geheugen gegrift staan.

En zo heeft iedereen wel zijn verhaal of moment. Als mijn vader vertelt over Rik Van Steenbergen en Rik Van Looy bij het bekijken van de wielerprentjes die hij als kind verzamelde of als ik op de cyclocross de warme herinneringen hoor ophalen over de indrukwekkende prestaties van Bertje Vermeiren. Dan, dan komt koers echt tot leven. Wanneer de week van het WK veldrijden is aangebroken of de Ronde van Vlaanderen is daar, dan breekt de magie los. Dan is de koers voor even meer dan enkele tientallen kilometers die moet gereden worden. Koereurs ontstijgen zichzelf en de massa. Renners als halfgoden in een haast religieuze krachtmeting. Een platte band wordt een tragedie, een kasseistrook de hel en een overwinning een heldendaad. Een heroïsche zege. Vlaanderen is een land op twee wielen, Vlaanderen ademt koers, Vlaanderen is koers.  En dat is in Beernem niet anders.

Zowat een jaar geleden zijn we gestart met de voorbereiding van deze expo. We begonnen de eerste vergadering van onze werkgroep met een handvol Beernemse renners, ploegen en wedstrijden. Na die eerste vergadering was ons lijstje al drie keer zo lang. De reactie op een eerste oproep naar foto’s, namen en anekdotes leverde nog eens een veelvoud aan gegevens op. En dat lijstje bleef maar aangroeien. Vandaag mogen we een expo openen met maar liefst tachtig renners. Jong, oud, nog actief of uit lang vervlogen tijden. Helden van het veld en van de weg. Kampioenen en liefhebbers. Maar allemaal met hun wortels in Beernem. Een onverwacht en onverhoopt succes. U zult begrijpen dat het een onmogelijke opdracht is om binnen dit tijdsbestek hun namen te noemen of die mooie verhalen te vertellen. Het is niet alleen onmogelijk volledig te zijn; een selectie maken zou enkel onrecht doen, aan die renners en aan die verhalen. Ik laat jullie dan ook graag zelf op ontdekkingstocht gaan. Graag nodig ik jullie ook uit op de lezing van Rik Vanwalleghem, gewezen sportjournalist en voormalig directeur van het Centrum De Ronde van Vlaanderen, die op dinsdag 14 maart in het kader van deze unieke tentoonstelling zijn lezing brengt “Waarom zelfs mijn schoonmoeder zot is van de koers.”

Wel sta ik er op enkele mensen in het bijzonder te bedanken. In de eerste plaats de mensen van de werkgroep voor hun vele werk en niet te onderschatten inzet. Zij hebben een uitzonderlijke ploegkoers gereden. Dank je wel, Bertje Vermeiren, Walderick Baute, Jacky Coene, Veronique Coene, Paul Lambrecht en uiteraard Carlos Croene. Dank ook aan iedereen die foto’s en materiaal heeft aangeleverd. En hier gaat een bijzondere dank aan Dries en de mensen van het Wielermuseum in Roeselare voor de warme ontvangst en de bereidwillige samenwerking.  Ik kan u zeggen, dames en heren, dat het bezoek aan het museum ter voorbereiding van deze expo in gezelschap van coryfeeën Bertje Vermeiren en Jacky Coene een onvergetelijke ervaring is voor een wielerliefhebber. Een koersmoment dat in het rijtje past waarmee ik deze inleiding begon.

Tot slot, zou ik graag een bijzonder woordje van dank richten aan de persoon die de laatste weken een versnelling hoger heeft geschakeld om deze tentoonstelling rond te krijgen. Meer dan duizend foto’s heeft zij verwerkt, tientallen plakboeken bekeken en verhalen neergepend. Graag een bijzonder warm applaus voor onze cultuurfunctionaris Conny Lambert!

Met deze tentoonstelling brengen we een uniek stukje Beernemse geschiedenis in kaart en in beeld. We maken een bijzonder stukje wielergeschiedenis zichtbaar en zorgen dat dit ook voor de toekomst bewaard blijft. Ik ben ervan overtuigd dat heel wat wielerliefhebbers, uit Beernem maar ook daarbuiten, de komende weken hun koershart hier zullen ophalen in het schepenhuys.

Dames en heren,

De koers leeft. In Vlaanderen maar ook in Beernem. Lang leve de koers.         Dank u.